skatete

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • skate·te

Werkwoord

vervoeging van
skaten

skatete

  1. enkelvoud verleden tijd van skaten
    • Ik skatete. 
    • Jij skatete. 
    • Hij, zij, het skatete.