eeuwenoud

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eeu·wen·oud
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen eeuwenoud
verbogen eeuwenoude
partitief eeuwenouds

Bijvoeglijk naamwoord

eeuwenoud

  1. honderden jaren oud, heel erg oud
    • Hij woonde in een eeuwenoud huis aan de Herengracht in Amsterdam. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.