gerechtshof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rechts·hof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gerechtshof gerechtshoven
verkleinwoord gerechtshofje gerechtshofjes

Zelfstandig naamwoord

gerechtshof o

  1. (juridisch) een rechterlijk college in Nederland. Normaliter spreekt een gerechtshof recht in hoger beroep
    • Er zijn in Nederland vier gerechtshoven: Amsterdam, Arnhem-Leeuwarden, Den Haag en 's-Hertogenbosch. 
     De Onderwijsinspectie hoeft een vernietigend rapport over het Cornelius Haga Lyceum niet in te trekken. Het gerechtshof in Den Haag wil zich in hoger beroep niet uitspreken over de rechtmatigheid van het document.[1]
     Het gerechtshof in Amsterdam heeft Keith Bakker woensdag in hoger beroep veroordeeld tot achttien maanden cel voor het verkrachten van een minderjarig meisje. Het OM eiste eind juni zes jaar cel en tbs met dwangverpleging, maar de straf viel fors lager uit. Volgens het hof is bewijs voor dwang in de relatie niet gevonden.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Tjerk Gaulthérie van Weezel en Rik Kuiper “Gerechtshof brandt vingers niet aan inspectierapport over Haga Lyceum” (24 december 2019), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 13 juli 2022 Weblink bron “Voormalige verslavingsgoeroe Keith Bakker krijgt fors lagere straf in hoger beroep” (13 jul 2022), NU.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be