houdt
Uiterlijk
- houdt
| vervoeging van |
|---|
| houden |
houdt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van houden
- Jij houdt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van houden
- Hij houdt.
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van houden
- Houdt!
- ▸ Mijn vrouw houdt niet van vliegen waardoor zij dertig jaar geleden de bewuste keuze heeft gemaakt dat nooit meer te doen.[1]
- ▸ 'Hannah met een h. En ik kom uit Amsterdam. Ik zou samen met mijn man op deze reis gaan, maar op het laatst lukte het hem niet om mee te komen. Hij heeft een heel belangrijk congres ' Ik ratel. Waarom ratel ik? Dan houdt ze stil en neemt me aandachtig op. 'Weet je Hannah met een h, er zijn momenten waarop stilte een gedicht is.[2]
- Het woord houdt staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Verouderd in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal