kocht
Uiterlijk
- kocht
| vervoeging van |
|---|
| kopen |
kocht
- enkelvoud verleden tijd van kopen
- Ik kocht.
- Jij kocht.
- Hij, zij, het kocht.
- Ik kocht.
- ▸ Ik kocht twee zakken chips, een sixpack bier en een bear canister die verplicht was in het gebied waar ik de komende vier weken doorheen zou lopen.[1]
- ▸ 'Maar heeft u misschien enig idee waar ze het vandaan kan hebben?' 'Ze kocht vaak spullen in tweedehandswinkels of op vlooienmarkten, soms ook op veilingen, maar dit schilderij is er al zolang ik me kan herinneren.[2]
- Het woord kocht staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kocht" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be