eigendom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·gen·dom
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van eigen met het achtervoegsel -dom.
enkelvoud meervoud
naamwoord eigendom -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eigendom m

  1. (juridisch) het recht op de heerschappij over een zaak, de omstandigheid dat een zaak iemand toebehoort
enkelvoud meervoud
naamwoord eigendom eigendommen
verkleinwoord eigendommetje eigendommetjes

Zelfstandig naamwoord

eigendom o

  1. zaak die men zijn eigen mag noemen, bezit
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie