zeetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • [1] zee·tje
  • [2] zeet·je

Zelfstandig naamwoord

zeetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zee
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zeet

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.