maximum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maxi·mum
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘hoogste waarde’ voor het eerst aangetroffen in 1626 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord maximum maxima
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

maximum o

  1. (medisch) grootst mogelijke hoeveelheid
  2. (wiskunde) de hoogste waarde die een functie bereikt
Antoniemen
Afkorting
max.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen