maximum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maxi·mum
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maximum maxima
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

maximum o

  1. (medisch) grootst mogelijke hoeveelheid
  2. (wiskunde) de hoogste waarde die een functie bereikt
Antoniemen
Afkorting
max.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl