elleboog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • el·le·boog
enkelvoud meervoud
naamwoord elleboog ellebogen
verkleinwoord elleboogje elleboogjes

Zelfstandig naamwoord

elleboog m

  1. (anatomie) gewricht in het midden van de arm dat de bovenarm met de onderarm verbind
  2. iets dat rechthoekige omgebogen is
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • De ellebogen gebruiken.
  • De omstanders opzij dringen.
  • Iets achter de ellebogen hebben.
  • Iets in je schild voeren, snode plannen hebben.
Vertalingen