voorstellen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·stel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voorstellen
stelde voor
voorgesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

voorstellen [1]

  1. ditransitief het voorleggen van een idee aan iemand
    • Ik stelde hem voor om naar de bioscoop te gaan. 
    • Zij kregen een andere betalingswijze voorgesteld. 
  2. overgankelijk het geven van een beeld van iets
    • Dat werd voorgesteld alsof het een geheel nieuw idee was. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

voorstellen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord voorstel

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal