naar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naar
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen naar naarder naarst
verbogen nare naardere naarste

Bijvoeglijk naamwoord

naar

  1. onaangenaam, niet leuk
    Dit was de naarste ervaring die ik in lange tijd gehad heb.
Vertalingen
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     naar  
 persoonlijk     ernaar  
aanwijz.   nabij     hiernaar  
  veraf     daarnaar  
  vragend/betrekk.     waarnaar  

Bijwoord

naar

  1. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    Hij keek er met grote belangstelling naar.
  2. op onaangename wijze
    Doe niet zo naar!
Vertalingen

Voorzetsel

naar

  1. de richting waarin
    Hij keek naar het beeldscherm.
Vertalingen


Noors

Bijwoord

naar
  1. verouderde spelling of vorm van når van vóór 1917
(verouderd) bijwoord

Voegwoord

naar
  1. verouderde spelling of vorm van når van vóór 1917
(verouderd) voegwoord

Werkwoord

naar
  1. verouderde spelling of vorm van når van vóór 1917
(verouderd) tegenwoordige tijd van naar


Nynorsk

Bijwoord

naar
  1. verouderde spelling of vorm van når van vóór 1917
(verouderd) bijwoord

Voegwoord

naar
  1. verouderde spelling of vorm van når van vóór 1917
(verouderd) voegwoord