apezat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ape·zat
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen apezat
verbogen apezatte
partitief apezats

Bijvoeglijk naamwoord

apezat

  1. veel te veel alcohol gedronken hebbend
    • Bestuurder was echt apezat: De politie heeft in de nacht van woensdag op donderdag op het Zandpad een man aangehouden omdat hij rondom dronken was. [1] 
    • 40-Jarige man apezat: Agenten hebben een 40-jarige dronken man uit Dordrecht meegenomen naar het bureau. De verdachte was op woensdagavond in een pand aan het Kromhout in Dordrecht. Hij was dronken en wilde niet weggaan. Ook op het verzoek van de politiemensen ging hij niet. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 05-02-2009 Bestuurder was echt apezat
  2. Reformatorisch Dagblad 07-01-2010 40-Jarige man apezat