carrière

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • car·ri·è·re
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘loopbaan’ voor het eerst aangetroffen in 1600 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord carrière carrières
verkleinwoord (carrièretje) carrièretjes

Zelfstandig naamwoord

carrière v

  1. loopbaan, ontwikkeling van de maatschappelijke positie
    • Hij had een geweldige carrière gemaakt in het bedrijfsleven, maar uit zijn vrijwilligerswerk haalde hij meer voldoening. 
    • Trainen, trainen, trainen, diëten en blessures. Hoe is het als je lichaam het verloop van je carrière' bepaalt?[3] 
    • Dit was het begin van mijn muzikale carrière in Parijs. De lichtstad. Stad van Amour en Tristesse. Zaterdagnacht in Le Piano d'Or. Ik speelde er voor 150 euro in de kelder. Chansons tot diep in de ochtend. [4] 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. etymologiebank.nl
  3. Cathelijne Beijn NRC 15 juni 2016
  4. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 141


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse woord quadrus, wat in het Frans carré (vierkant) betekent.
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  carrière     la carrière     carrières     les carrières  

Zelfstandig naamwoord

carrière v

  1. carrière