erg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • erg
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen erg erger ergst
verbogen erge ergere ergste
partitief ergs ergers -
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

erg

  1. verschrikkelijk, deerniswekkend, hevig, bar, heftig
    • Katrina was de ergste ramp die New Orleans tot dusver overkomen is. 
    • Wat is het toch erg dat ze kanker heeft. 
Vertalingen

Bijwoord

erg

  1. in hoge mate, zeer, danig, heel
    • Dit is een erg moeilijke zaak. 
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord erg
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

erg o

  1. het bewust zijn van iets
    • Ik heb daar geen erg in gehad. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen