bezienswaardig
Uiterlijk
- be·ziens·waar·dig
- afleiding van bezien en waardig met het invoegsel -s-
- afgeleid van bezienswaard met het achtervoegsel -ig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | bezienswaardig | bezienswaardiger | bezienswaardigst |
| verbogen | bezienswaardige | bezienswaardigere | bezienswaardigste |
| partitief | bezienswaardigs | bezienswaardigers | - |
bezienswaardig
- interessant om naar te kijken
- In Hoorn staan veel bezienswaardige gebouwen.
1. interessant om naar te kijken
- Het woord bezienswaardig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.