goddelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • god·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van god met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen goddelijk goddelijker goddelijkst
verbogen goddelijke goddelijkere goddelijkste
partitief goddelijks goddelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

goddelijk

  1. wat van een god is, wat toebehoort aan een god
  2. wat eigen is aan een god
  3. heerlijk, schitterend
    • Gisteren heb een goddelijk diner gehad. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.