heel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heel
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: heel
Oudnederlands: hēl
Germaans: *hailaz
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: whole, hale, hail (Angelsaksisch: hāl), Duits: heil, (Oudhoogduits: heil), Fries: hiel (Oudfries: hēl)
Noord: Zweeds/Deens: hel, Noors: heil, (Oudnoors: heill), IJslands: heill, Faeröers: heilur
Oost: Gotisch: hails
stellend
onverbogen heel
verbogen hele

Bijvoeglijk naamwoord

heel

  1. niet stuk, niet gebroken
    De vaas was gevallen maar toch heel gebleven.
  2. zonder uitzondering, in alle delen
    Dat is in de hele wereld het geval.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Bijwoord

heel

  1. in hoge mate
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
helen

heel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van helen
    Ik heel.
  2. gebiedende wijs van helen
    Heel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van helen
    Heel je?


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
heel heels

Zelfstandig naamwoord

heel

  1. hiel