geleiachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lei·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geleiachtig geleiachtiger geleiachtigst
verbogen geleiachtige geleiachtigere geleiachtigste
partitief geleiachtigs geleiachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

geleiachtig

  1. lijkend op of eigenschappen hebbend van ge lei
    • We gebruikten een geleiachtig smeersel om de pijn na de zonnebrand te verlichten. 

Gangbaarheid