promoten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·mo·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
promoten
promootte
gepromoot
zwak -t volledig

Werkwoord

promoten

  1. overgankelijk reclame maken voor
    • Hij promootte het feest. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.