jongen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een schilderij van een jongen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jon·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘mannelijk kind’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1479 [1]

Zelfstandig naamwoord

jongen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord jonge
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord jong
    • De kat heeft jongen geworpen. 
enkelvoud meervoud
naamwoord jongen jongens
verkleinwoord jongetje jongetjes

Zelfstandig naamwoord

jongen m

  1. onvolwassen man [2]
    • Een jongen op een bromfiets reed door de straat. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
jongen
jongde
gejongd
zwak -d volledig

Werkwoord

jongen [3]

  1. inergatief (van dieren) nageslacht ter wereld brengen
    • Onze teef heeft zojuist gejongd. 
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen