jongen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jon·gen

Zelfstandig naamwoord

jongen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord jonge
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord jong
    De kat heeft jongen geworpen.
enkelvoud meervoud
naamwoord jongen jongens
verkleinwoord jongetje jongetjes

Zelfstandig naamwoord

jongen m

  1. onvolwassen man [1]
    Een jongen op een bromfiets reed door de straat.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
jongen
jongde
gejongd
zwak -d volledig

Werkwoord

jongen [2]

  1. (inergatief) (van dieren) nageslacht ter wereld brengen
    Onze teef heeft zojuist gejongd.
Hyponiemen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl

Meer informatie