's anderendaags

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • 's an·de·ren·daags
Woordherkomst en -opbouw
  • > des anderen daags, genitief van de andere dag

Bijwoord

's anderendaags

  1. op de volgende dag
    • Hij maakte een lelijke val en 's anderendaags kon hij zich nauwelijks bewegen. 

Gangbaarheid