kwam
Uiterlijk
- kwam
| vervoeging van |
|---|
| komen |
kwam
- enkelvoud verleden tijd van komen
- Ik kwam.
- Jij kwam.
- Hij, zij, het kwam.
- Ik kwam.
- ▸ Doordat de wind recht mijn kant opblies en het geluid van de donder steeds dichterbij kwam bleven mijn tranen stromen.[1]
- ▸ Paus Franciscus, geboren als Jorge Mario Bergoglio, schudde het Vaticaan op en kwam op voor de zwakkeren in de samenleving. Maar kritiek was er ook, onder meer uit conservatieve hoek[2]
- Het woord kwam staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kwam" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Weblink bron “Bedroefde reacties op dood van paus: 'Miljoenen mensen geïnspireerd'” (21 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
kwam
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %
- Woorden in het Xhosa
- Voornaamwoordsvorm in het Xhosa