gehoord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·hoord
Woordherkomst en -opbouw

Deelwoord

bevestigend
deelwoord
ontkennend
deelwoord
onverbogen gehoord ongehoord
verbogen gehoorde ongehoorde
vervoeging van
horen

gehoord voltooid deelwoord van horen

  1. vormt de voltooide tijden
    • Heb je het gehoord? 
    • Daar heb ik nog nooit van gehoord. 
  2. vormt de lijdende vorm
    • Nabestaanden willen ook gehoord worden. 
    • De verdachte is urenlang gehoord door de rechter-commissaris. 
  3. attributief gebruikt
    • Dat is een veel gehoorde klacht.