scoren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sco·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
scoren
scoorde
gescoord
zwak -d volledig

Werkwoord

scoren

  1. een doelpunt maken
  2. een succes behalen
  3. (informeel) erin slagen iemand te versieren, aan de haak te slaan
  4. (informeel) (eufemisme) erin slagen met iemand seks te hebben
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be