plat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plat
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen plat platter platst
verbogen platte plattere platste

Bijvoeglijk naamwoord

plat

  1. vlak van vorm met verwaarloosbare hoogteverschillen
    Na bewerking met een hamer had het stuk ijzer een plattere vorm gekregen.
  2. overdrachtelijk: van weinig culterele diepgang getuigend, boers, dialectisch
    Zijn platte praat werd hem niet in dank afgenomen.
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord plat -
verkleinwoord platje platjes

Zelfstandig naamwoord

plat o

  1. (taalkunde) een algemene aanduiding voor een locale dialectvorm
    In het plat bestaat daar een prachtige uitdrukking voor.
  2. een vlakgemaakte plek aan of op een huis
    We zaten op het platje thee te drinken.
  3. (geologie) een onderzeese vlakte
    Er is op het continentaal plat naar olie geboord.


Papiamento

Woordafbreking
  • plat

Bijvoeglijk naamwoord

plat

  1. plat