elektrisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

elektrische trein
Uitspraak
Woordafbreking
  • elek·trisch
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Neolatijnse woord electricus, wat "van barnsteen" betekent, dat zelf weer van ήλεκτρον [elektron] komt, het Griekse woord voor "barnsteen".
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen elektrisch elektrischer
verbogen elektrische elektrischere
partitief elektrisch elektrischers -

Bijvoeglijk naamwoord

elektrisch

  1. (natuurkunde) (elektrotechniek) door middel van elektriciteit
    • Ik leef me uit op mijn elektrische gitaar. 
    • De auto heeft elektrisch bedienbare ramen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Overerving en ontlening

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie