bacterie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
bacterie

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bac·te·rie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘eencellig organisme’ voor het eerst aangetroffen in 1868 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord bacterie bacteriën
verkleinwoord bacterietje bacterietjes

Zelfstandig naamwoord

bacterie v

  1. (biologie) (medisch) ééncellig micro-organisme dat zich snel kan vermenigvuldigen en rotting, gisting en ziekte kan veroorzaken
    • Een verkoudheid wordt meestal veroorzaakt door een virus en niet door een bacterie. 
     Waarom moest juist zíj een bacterie oplopen waartegen de moderne, medische wetenschap machteloos stond?[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen