Naar inhoud springen

cake

Uit WikiWoordenboek
plakje cake
  • cake
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘zachte koek’ voor het eerst aangetroffen in 1761 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord cake cakes
verkleinwoord cakeje cakejes

decakem [3]

  1. (voeding) lichte, zachte koek gemaakt van een beslag van bloem, boter, eieren en suiker, in gelijke hoeveelheden, met een rijsmiddel
     Ze schrijft dat het nooit eerder is gebeurd dat er helemaal geen verjaarsvisite op Piets verjaardag is gekomen, maar dat ze van de vrouwenvereniging wel een prachtige opgespoten cake bezorgd kregen.[4]
     ' 'En we hadden zo naar de nieuwe Bruid van Pendorric verlangd,' merkte Hyson met een ernstig gezicht op Iedereen lachte en het gesprek werd algemeen terwijl wij onze thee dronken en van de cake en de overige lekkernijen smulden.[5]
    • We kregen cake bij de koffie. 
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[6]
enkelvoud meervoud
cake cakes

cake

  1. taart, gebak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  cake     le cake     cakes     les cakes  

cake m

  1. (spreektaal) opschepper [1]