kan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[A]: serviesgoed om vloeistoffen uit te schenken
[B]: Mongoolse of Turkse krijgsheer of vorst: Hulagu

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan
Woordherkomst en -opbouw
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord kan kannen
verkleinwoord kannetje kannetjes

Zelfstandig naamwoord

[A] kan v/m

  1. (huishouden) serviesgoed om vloeistoffen uit te schenken
    • De kan heeft een deksel en is beschilderd in groen en bruin. 
    • Een kan met melk. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • Wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het lid (of: de deksel) op de neus.
Iemand die te begerig is loopt grote kans niets te krijgen.
  • Als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan.
iemand die te veel heeft gedronken is niet meer in staat goede beslissingen te nemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Alles is in kannen en kruiken.
Alles is geregeld.
  • het onderste uit de kan (willen hebben)
alles (willen hebben)
Vertalingen
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord kan kans
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

[B] kan m

  1. (adel) Mongoolse of Turkse krijgsheer of vorst
    • Hij was ontroerd door het verhaal van de laatste Tataarse kan. [6]
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kunnen

kan

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kunnen
    • Ik kan. 
  1. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kunnen
    • Kan je? 

Verwijzingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Bambara

Zelfstandig naamwoord

kan

  1. taal


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan
Naar frequentie 24

Werkwoord

kan

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van kunne


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan
Naar frequentie 24

Werkwoord

kan

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van kunne


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan

Werkwoord

kan

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van kunne

Werkwoord

kan

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van kunne


Seimat

Zelfstandig naamwoord

kan

  1. water


Turks

Woordafbreking
  • kan
enkelvoud meervoud
nominatief   kan     kanlar  
genitief   kanın     kanların  
datief   kana     kanlara  
accusatief   kanı     kanları  
locatief   kanda     kanlarda  
ablatief   kandan     kanlardan  

Zelfstandig naamwoord

kan

  1. bloed (lichaamsvocht)
  2. (figuurlijk) bloed, bloedverwantschap, familie, geslacht


West-Vlaams

Werkwoord

kan

  1. keunn
    «De klêenste sôorte wordt moa 1 cm grôot en de grotste zêesterre kan 1 m wordn met een oarmlengte van 45 cm.»
    De kleinste soort wordt maar 1 cm groot en de grootste zeester kan 1 m worden met een armlengte van 45 cm.


Yucateeks

Zelfstandig naamwoord

kan

  1. serpent, slang