noorden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • noor·den
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘recht tegenover het zuiden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord noorden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

noorden o

  1. (windstreek) een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de bovenkant
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

Zelfstandig naamwoord

noorden

  1. (windstreek) noorden; een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de bovenkant


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

noorden

  1. (windstreek) noorden; een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de bovenkant


Stellingwerfs

Zelfstandig naamwoord

noorden

  1. (windstreek) noorden; een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de bovenkant