-dom
Uiterlijk
| Huidig bestand |
|---|
| 31 |
- Afgeleid van stand, eer [1]
- toestand die het eerste lid noemt
-dom o
- grondgebied dat bestuurd wordt door de genoemde persoon
- het geheel van alle individuen die het eerste lid noemt
|
|
- Het woord '-dom' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.