groene

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groe·ne
enkelvoud meervoud
naamwoord groene groenen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

groene

  1. een persoon in het groen of geassocieerd met de kleur groen
    • Ons elftal speelt in het oranje; die groenen zijn onze tegenstanders. 

Bijvoeglijk naamwoord

groene

  1. verbogen vorm van de stellende trap van groen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
groenen

groene

  1. aanvoegende wijs van groenen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.