advies

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·vies
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘mening, raad’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord advies adviezen
verkleinwoord adviesje adviesjes

Zelfstandig naamwoord

advies o

  1. een gegeven raad
    • Je moet een advies nooit zomaar in de wind slaan. 
    • Het advies van de dokter wordt lang niet altijd opgevolgd. 
  2. bericht
Uitdrukkingen en gezegden
  • advies inwinnen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen