aids

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aids
Woordherkomst en -opbouw
  • De Engelse afkorting voor acquired immune deficiency syndrome.
enkelvoud meervoud
naamwoord aids
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aids m

  1. een virusziekte waarbij het natuurlijke afweersysteem van het lichaam steeds verder afgebroken wordt
    De diagnose was dat hij aan aids leed.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

aids m

  1. (afkorting) aids


Turks

Zelfstandig naamwoord

aids

  1. (afkorting) aids