ziekte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ziek·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van ziek met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord ziekte ziektes
ziekten
verkleinwoord ziektetje ziektetjes

Zelfstandig naamwoord

ziekte v

  1. (medisch): een gezondheidsprobleem
    • Deze ziekte is goed te genezen. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
zieken

ziekte

  1. enkelvoud verleden tijd van zieken
    • Ik ziekte. 
    • Jij ziekte. 
    • Hij, zij, het ziekte.