-isch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Huidig
bestand
186
Woordafbreking
  • -isch
Woordherkomst en -opbouw

Achtervoegsel

-isch [2]

  1. vormt een bijvoeglijk naamwoord van een zelfstandig naamwoord en drukt een directe relatie hiermee uit:
    1. betrekking hebbend op wat het grondwoord noemt
    2. afkomstig uit het gebied dat het grondwoord noemt
    3. de eigenschappen hebbend van wat het grondwoord noemt
Hyponiemen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal