kritisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kri·tisch
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘geneigd tot beoordelen’ voor het eerst aangetroffen in 1696 [1]
  • Afkomstig van het Duitse woord kritisch, dat uit het Oudgrieks komt als κρίνειν (krínein): onderscheiden, verscheiden.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kritisch kritischer
verbogen kritische kritischere
partitief kritisch kritischers -

Bijvoeglijk naamwoord

kritisch

  1. ernaar geneigd vraagtekens te plaatsen achter iets
  2. (natuurkunde) onder zulke omstandigheden dat er meer neutronen geproduceerd dan geabsorbeerd worden, waardoor een nucleaire kettingreactie op gang kan komen.
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Duits

stellend vergrotend overtreffend
kritisch
kritischer
am kritischsten
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

kritisch

  1. kritisch