schrijver

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schrij·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schrijver schrijvers
verkleinwoord schrijvertje schrijvertjes

Zelfstandig naamwoord

schrijver m

  1. een persoon die schrijft
  2. (beroep) een persoon die beroepsmatig schrijft
    • Mijn buurman is schrijver. 
    • Vorige week was er op Catawiki een online-veiling met handschriften en eerste drukken van de verzamelaar, reiziger, schrijver en programmamaker Büch. Onder de parafernalia ook twee ingelijste fineliner-tekeningetjes van Drost: inderdaad fijn en vrolijk. [1] 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Volkskrant Arjan Peters5 december 2015 In depressieve Plinius Pinguïn een zelfportret zien