Naar inhoud springen

meid

Uit WikiWoordenboek
  • meid
enkelvoud meervoud
naamwoord meid meiden
verkleinwoord meidje
(meisje)
meidjes
(meisjes)

demeidv

  1. (informeel) jonge vrouw
    • Die meiden hadden weer eens een hoop lol. 
     Ze hoopt bijna dat ze de ramen naar boven schuiven en haar roepen, dat ze naar buiten stormen, dat ze smekend op hun knieën vallen en haar hun excuses aanbieden, het spijt ons zo, lieve kleine meid van ons: we zullen je nooit meer tot zulke dingen dwingen.[4]
  2. (verouderd) werkster, dienstmeisje
     Het is alsof de meid over haar dode meesteres wil praten of zelfs over haar wil roddelen, maar dat van niemand mag.[4]
     De meid is zichtbaar onder de indruk: er ligt geen stof, de ramen zijn schoon en het ruikt er naar citroen en rozenwater.[4]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]