Naar inhoud springen

morgen

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Morgen, morgon
  • mor·gen
enkelvoud meervoud
naamwoord morgen morgens
verkleinwoord morgentje morgentjes

demorgenm

  1. (tijdrekening) het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag
  • Morgen brengen!
  • Een gat in de dag ( of morgen) slapen
  • Stel niet uit tot morgen, wat je vandaag kunt doen
doelt op actie, wees niet lui of gemakzuchtig, ga door en wel nu. ofwel: door nu het werk al te doen geeft het later een rustiger gevoel
  • Vandaag Hosanna, morgen kruist hem

morgen

  1. (tijdrekening) de eerstvolgende dag na vandaag
     'Waarom ga je morgen niet even langs bij de huisarts?' 'Hij ziet me alweer komen. Ik ken zijn assistente beter dan hijzelf.'[6]
     Morgen hebben we een rondleiding door Palermo en slapen we hier nog een keer ' Al zie ik ertegen op om de kamer met deze vrouw te delen, dat we nog een extra vrije dag hebben komt als een opluchting.[6]
     In Assen komen de twee beelden samen in Window of my Eyes, een tentoonstelling in het Drents Museum over leven en werk van Harry Muskee, die met zijn Cuby + Blizzards legendarisch werd met een heel eigenzinnige Nederblues. De tentoonstelling opent morgen voor het publiek.[7]
     ’Kunnen we morgen wel richting Kennedy Meadows lopen?’ ‘Is er een alternatieve looproute?’[8]

morgen

  1. (verkorting) goedemorgen
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[9]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. 1 2 morgen op website: Etymologiebank.nl
  3. "morgen" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. 1 2
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  7. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS
  8. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • mor·gen

morgen

  1. (tijdrekening) morgen: de eerstvolgende dag na vandaag.
    «Ich muss morgen früh aufstehen.»
    Ik moet morgen vroeg opstaan.
  • mor·gen
  • Afkomstig van het Oudnoordse woord morginn
Naar frequentie 175
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   morgen     morgenen     morgener
morgner  
  morgenene
morgnene  
genitief   morgens     morgenens     morgeners
morgners  
  morgenenes
morgnenes  

morgen, m

  1. (tijdrekening) morgen, ochtend
  • i morgen
morgen
  • God morgen!
Goede morgen!