waard
Uiterlijk
- waard
- [A] erfwoord via Middelnederlands wert van Oudnederlands wardo, in de betekenis van ‘bewaker’ aangetroffen vanaf 855 en in die van ‘kastelein’ vanaf 1240 [1] [2] [3] [4]
- [B] erfwoord via Middelnederlands wert van Oudnederlands wertha, in de betekenis van ‘laag liggend land’ aangetroffen vanaf 821-823 [5] [6] [7]
- [C] uitspraakvariant van "woerd" [8] [9] [10]
- [D] erfwoord via Middelnederlands wert van Oudnederlands werth, in de betekenis van ‘de genoemde prijs hebbend’ aangetroffen vanaf 1100 [11] [12] [13] [4]
| [A] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | waard | waarden |
| verkleinwoord | waardje | waardjes |
[A] de waard m
- A 1 Een waard in Neurenberg rond 1580.
- Buiten de waard rekenen
Niet gerekend hebben op hoe anderen er werkelijk over denken
- Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.
Een mens denkt net zo over een ander als die over zichzelf denkt, dus iemand die zelf oneerlijk is denkt dat anderen ook oneerlijk zijn
A 1. baas van een herberg, taveerne of café
| [B] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | waard | waarden |
| verkleinwoord | waardje | waardjes |
- (aardrijkskunde) vlak land in een rivierengebied
- B 1. Luchtfoto van de waard bij Kinderdijk
rond 1930.
- weerd (uitspraakvariant)
| [C] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | waard | waarden |
| verkleinwoord | waardje | waardjes |
[C] de waard m
- (dierkunde) mannelijke eend
- C 1. Een waard.
- woerd, woord (uitspraakvarianten)
- mannetjeseend
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | waard | waarder | waardst |
| verbogen | waarde | waardere | waardste |
| partitief | waards | waarders | - |
[D] waard
- predicatief: ~ zijn in geld uitdrukbaar zijn
- Dat huis is veel minder waard geworden.
- ▸ Eigenlijk wil ik het ook niet verkopen, maar als het iets waard is, dan kan het me op weg helpen, snap je.[14]
- ▸ Op een dag zal Jacob een huis krijgen dat dan meer dan een half miljoen gulden waard is, en Thea profiteert van die waarde en van zijn eerdere investeringen in het pand.[15]
- predicatief: ~ zijn anders dan financieel belang hebben
- Hij is wel wat beter maar nog steeds niet veel waard.
- ▸ Ze klinken warm, ze krijgt het idee dat ze erbij hoort! Ze geven haar het gevoel dat al haar inspanningen en twijfels over haar komst de moeite waard zijn geweest.[15]
- ▸ De vrouw lijkt te weten welke chaos er onder de oppervlakte kolkt, maar helaas lijkt ze ook te weten wat ze waard is.[16]
- ▸ Ik bladerde erdoorheen en las eindeloze verhalen over hoe geweldig die burger was: ‘Goddelijk – al dat lopen waard’, ‘Drie Michelinsterren’, ‘Nog nooit zo’n grote burger gezien’ en ‘Ik ga een franchise openen in Londen’.[17]
- geacht, beste
- Waarde landgenoten!
|
|
- De eerste klap is een daalder waard.
wie het eerste begint heeft de meeste kans op overwinning
- De ene dienst is de andere waard.
wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug
- Een goed hart is goud waard.
je treft niet snel meer mensen met een goed karakter
- [2] eigen haard is goud waardeen gezin en woning zijn het belangrijkste wat een mens kan hebben
- Geen knip voor de neus waard zijn
zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben
- Het sop is de kool niet waard.
een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven
- Parijs is wel een mis waard.
om een voordeel te behalen bij tegenstanders aansluiten
- Wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft.
als je zoveel geeft zoveel je kunt, dan kan niemand je iets verwijten
- Het woord waard staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "waard" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[18] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Oudnederlands Woordenboek
- ↑ waard (kastelein) op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 "waard" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Oudnederlands Woordenboek
- ↑ waard (laag liggend land) op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ woerd op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ waard (de genoemde waarde, prijs hebbend) op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - 1 2 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Erfwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Horeca in het Nederlands
- Aardrijkskunde in het Nederlands
- Dierkunde in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %