faxen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • faxen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
faxen
faxte
gefaxt
zwak -t volledig

Werkwoord

faxen

  1. versturen per fax
    Hij heeft de factuur naar de klant gefaxt.
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

faxen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord fax