zuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zuur
enkelvoud meervoud
naamwoord zuur zuren
verkleinwoord zuurtje zuurtjes

Zelfstandig naamwoord

zuur o

  1. zure vloeistof, die een verhoogde concentratie waterstofionen bevat
  2. (scheikunde) een chemische stof die in water opgelost in staat is waterstofionen af te splitsen: arrheniuszuur
  3. (scheikunde) een molecuul of ion dat in staat is waterstofionen af te splitsen: brønstedzuur
  4. (scheikunde) een molecuul of ion dat in staat is een elektronpaar te accepteren: lewiszuur
  5. het ~ hebben: aan pyrosis lijden
  6. (geologie) felsisch (verouderd)
  7. (figuurlijk) onprettige gewaarwording
  8. (figuurlijk) negatieve stemming door eerdere teleurstelling
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • eerst het zuur en dan het zoet
[7] pas na vervelende maatregelen volgen plezierige besluiten
Vertalingen

Meer informatie

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zuur zuurder zuurst
verbogen zure zuurdere zuurste
partitief zuurs zuurders -

Bijvoeglijk naamwoord

zuur

  1. een smaak hebbend zoals citroensap of azijn
    Hij eet de zuurste appelen.
  2. (figuurlijk) onprettig
    De gemiste strafschop maakte de nederlaag extra zuur.
  3. (figuurlijk) door teleurstelling merkbaar negatief gestemd
    Hij vroeg zuur of ze ditmaal op tijd dacht te komen.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • door de zure appel heen bijten
[1] iets doen hoewel men er erg tegenop ziet
  • een schip met zure appels zijn/komen
[1] iemand begint bijna met huilen ofwel: het naderen van een zware bui
  • het leven zuur maken
[2] voortdurend kwellen
  • iets gaat/zal iemand zuur opbreken
[2] iets gaat/zal iemand ernstige problemen bezorgen
  • zuur kijken
[3] er ontevreden uitzien
  • dan ben je zuur
[3] dan heb je spijt
Spreekwoorden
  • De druiven zijn zuur.
[1] wat iemand niet kan bereiken, vindt hij daarom bij nader inzien ook niet meer aantrekkelijk
Verwijst naar een fabel van Aesopus.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zuren

zuur

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuren
    Ik zuur.
  2. gebiedende wijs van zuren
    Zuur!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuren
    Zuur je?