zuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zuur
enkelvoud meervoud
naamwoord zuur zuren
verkleinwoord zuurtje zuurtjes

Zelfstandig naamwoord

zuur o

  1. zure vloeistof, die een verhoogde concentratie waterstofionen bevat
  2. (scheikunde) een chemische stof die in water opgelost in staat is waterstofionen af te splitsen: arrheniuszuur
  3. (scheikunde) een molecuul of ion dat in staat is waterstofionen af te splitsen: brønstedzuur
  4. (scheikunde) een molecuul of ion dat in staat is een elektronpaar te accepteren: lewiszuur
  5. het ~ hebben: aan pyrosis lijden
  6. (geologie) felsisch (verouderd)
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zuur zuurder zuurst
verbogen zure zuurdere zuurste
partitief zuurs zuurders -

Bijvoeglijk naamwoord

zuur

  1. een smaak hebbend zoals citroensap of azijn
    Hij eet de zuurste appelen.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zuren

zuur

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuren
    Ik zuur.
  2. gebiedende wijs van zuren
    Zuur!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuren
    Zuur je?