detail

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·tail
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bijzonderheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1706 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord detail details
verkleinwoord detailtje detailtjes

Zelfstandig naamwoord

detail o

  1. onderdeel, kleinigheid
  2. en detail: heel precies
     Terwijl ik goedkeurend met mijn vinger langs de vergulde lambrisering streek, de dikte voelde van de stof van de zware, oker overgordijnen en de stoel wegschoof om de openslaande deuren te openen naar het terras, dat uitzicht bood op de rozentuin, of wat daarvan over was, en de vijver met de defecte fontein, bedacht ik dat ik nog tijd genoeg zou hebben om deze kamer en detail te beschrijven.[3]
Hyponiemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

enkelvoud meervoud
detail details

Zelfstandig naamwoord

detail

  1. detail


Tsjechisch

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Franse woord détail

Zelfstandig naamwoord

detail m onbezield

  1. detail
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen