délégué

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dé·lé·gué
enkelvoud meervoud
naamwoord délégué délégués
verkleinwoord délégueetje délégueetjes

Zelfstandig naamwoord

délégué m

  1. (beroep) afgevaardigde, gedelegeerde

Gangbaarheid

26 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be