computeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pu·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘met de computer spelen’ voor het eerst aangetroffen in 1992 [1]
  • Afgeleid van computer met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
computeren
computerde
gecomputerd
zwak -d volledig

Werkwoord

computeren

  1. inergatief gebruikmaken van de computer
    • Soms zit hij dagenlang te computeren. 
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen