big

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Zeug met biggetjes.
Uitspraak
Woordafbreking
  • big
enkelvoud meervoud
naamwoord big biggen
verkleinwoord biggetje biggetjes

Zelfstandig naamwoord

big v/m

  1. (veeteelt) (zoogdieren) een jong van het varken
    Zij vindt biggetjes erg schattig.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
big bigger biggest

Bijvoeglijk naamwoord

big

  1. groot
Antoniemen