zonnegod

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·god
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnegod zonnegoden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zonnegod m

  1. (mythologie) god van de zon
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie