rodekool

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een rodekool op het veld

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ro·de·kool
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘koolsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1554 [1]
  • samenstelling van  rood  en  kool  met het invoegsel -e-  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord rodekool rodekolen
verkleinwoord rodekooltje rodekooltjes

Zelfstandig naamwoord

rodekool v/m

  1. (plantkunde), (groente) een donkerrood sluitkoolgewas
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen