midden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·den
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord midden middens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

midden o [2] [3]

  1. het centrale deel of het punt halverwege uitersten
    Hij schilderde het midden geel.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

midden [4]

  1. in het centrale deel
  • hij ging midden tussen de bloemen staan
Verwante begrippen

Voorzetsel

midden

  1. in het midden van
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal